Snoeien in het najaar.
In het najaar kan men volstaan met de trossen uitgebloeide bloemen royaal af te knippen.
Snoeien in het voorjaar.
Het snoeien begint in maart of uiterlijk begin april. Tijdens vorstperioden moet snoeien zoveel mogelijk vermeden worden. Het snoeien is minder moeilijk wanneer u weet met welke rozenstruik u te maken heeft. Hieronder volgt een overzicht.
- Grootbloemige rozen en trosrozen.
Om te beginnen bestaat het snoeien uit het verwijderen van het dode hout. Het hart van de struik heeft de grootste hoeveelheid licht en lucht nodig, zodat alles verwijderd dient te worden wat daarvoor in de weg staat (dus ook binnenwaarts gerichte takken). We zorgen er verder voor dat er 3, 5 of max. 7 takken naar buiten gericht zijn. Al de overige takken, als eerste de oudste, worden tot aan de voet afgeknipt. De nu nog aanwezige takken worden tot ± 15 cm (voor dunne takken) en tot 25 cm.(voor dikkere takken) teruggesnoeid.
Het snoeien gebeurt ongeveer 5 mm. boven een buitenoog. Let erop dat het snoeien schuins gebeurt en parallel loopt met het oog. Bij aankoop van een nieuwe struik snoeit u het eerste voorjaar dieper.
- Miniatuurrozen.
Zwakke loten verwijderen. Krachtige takken die de symmetrie van de struik kunnen verstoren, dienen eveneens aan de voet te worden afgeknipt. De overige takken worden matig gesnoeid. (tot 10-15 cm.)
- Klimrozen.
Hierin onderscheiden we twee groepen.
- De niet-doorbloeiende:
deze bloeien op de takken van het vorig jaar (dus deze takken niet wegknippen). De struik fatsoeneren. Eventueel kan een flinke snoeibeurt gedaan worden gelijk na de bloei.
- De doorbloeiende:
deze bloeien op de takken van hetzelfde jaar. Deze struiken moeten worden opgebouwd uit lagen d.w.z. dat u vanaf het tweede jaar iedere tak met circa eenderde inkort. Dikke takken iets minder terugsnoeien en dunne of oude takken iets meer. Probeer het snoeiwerk te verdelen over de totale hoogte van de struik, te beginnen bij 20 of 30 cm. boven de grond.
De takken zoveel mogelijk horizontaal gespreid, niet te strak, vastzetten met vlakke bindstrips. Bevroren toppen altijd terugknippen tot het witte hout. Kleine zijtakjes inkorten tot een paar centimeter.
Oude takken, herkenbaar aan de bruine houtige kleur, met weinig jonge zijtakken kunnen zelfs afgeknipt worden tot aan de voet of vlak boven een jonge zijtak.
- Engelse rozen.
Op deze rozen kunt u dezelfde snoeiwijze toepassen als op grootbloemige. De hoge Engelse soorten mogen hoger gesnoeid worden, mits de takken stevig genoeg zijn.
- Botanische, oude, heester, parkrozen en bodembedekkers.
Deze snoeiwijze is nagenoeg gelijk aan de snoei bij klimrozen met als uitzondering dat de takken niet vastgezet worden. De lagere doorbloeiers snoeit u op dezelfde manier als de grootbloemige of trosrozen.
- Stamrozen.
Op dezelfde wijze als grootbloemige en trosrozen maar iets minder diep terugsnoeien. Probeert u vooral op de vorm te letten.
- Treurrozen.
Deze snoeiwijze is nagenoeg gelijk aan de snoei bij klimrozen. Probeer ook hier op de vorm te letten.
Snoeien in de zomer.
Uitgebloeide doorbloeiende rozen dient u terug te knippen tot het eerste volwassen blad. Bij de meeste soorten betekent dit 5 of 7 zijblaadjes. Uitgebloeide rozenstruiken die grote bloemen leveren, struiken waarvan u de hoogte enigszins wilt beperken of struiken die ziektegevoelig zijn, kunt U na de EERSTE bloei veel dieper terugsnoeien. Eventueel tot een paar centimeter boven de voorjaarssnoei.